Evelien Krijl
Iedere fluit zit bevestigd aan een kleine installatie onder water dat plaatselijk een hoeveelheid buitenwater aan de kook brengt. Zodra dit water kookt beginnen de fluiten te fluiten en te stomen. Zij vallen stil zodra het water binnen de installatie is verdampt. Nieuw water stroomt vervolgens weer de installatie binnen en wordt opnieuw aan de kook gebracht. Dit proces zal zich voortdurend blijven herhalen.
Iedere fluit heeft zijn eigen klank en toonhoogte en een eigen installatie onder water. Elke fluit op zich geeft gehoor aan een proces dat plaats heeft onder water. Deze onzichtbare activiteit onder water draagt zorg voor een visueel en auditieve gebeurtenis in de openbare ruimte dat zijn eigen natuurlijke ritme, klank en tempo bepaald. De intensiteit van beeld en geluid worden beïnvloed door omgevingsfactoren: mist/kou/zon of regen bepalen het volume van de stoom en het is de wind die bepaald welke richting het beeld op blaast en waar de fluittonen te horen zijn.
Archief


