Loes Heebink
Bij een gedenkteken zijn het juist vaak die verhalen, die gebeurtenissen die de reden zijn voor de oprichting ervan. Gebouwen als het fort daarentegen zijn niet als monument opgericht, maar zijn dat na een lang verleden vol gebeurtenissen en verhalen geworden. Dat maakt een monument als het Kunstfort ook zo anders dan een nieuw gebouw. Maar alle feitelijke gebeurtenissen die plaatsvonden rond het fort (hoe onbeduidend die wellicht ook mogen zijn) zijn nooit meer als neutraal feit terug te halen. Die gebeurtenissen zijn herinneringen geworden, verhalen in hoofden van mensen, of verslagen in boeken. Kunstenares Loes Heebink (Utrecht, 1955) ziet zichzelf als een verhalenverteller. Ze gaat uit van een gebeurtenis, maar regisseert haar verhaal, bewust van de gekleurde weergave van wat ze vertelt.
Voor het fort maakte ze een monument voor de enige gevallen ziel die het fort gekend heeft: een neergeschoten 19-jarige piloot wiens vliegtuig in de gracht rond het fort gestort is. De bevolking van Vijfhuizen baarde de jonge Allen Stevens op in een zee van bloemen in de Genieloods tegenover het fort, en gaf zo vorm aan hun stille protest tegen de bezetters. Door het geregisseerde karakter van het monument dat Heebink voor de soldaat oprichtte, door de nadruk op bepaalde aspecten van het verhaal, krijgt het werk tegelijk een meer algemeen karakter, en is het ook een monument voor andere jonge mensen die de vrijheid van het luchtruim voelen.
Archief


